Het gevoel van Organon

Blogs

22-01-2011  Lang relativeren…

Continu verbeteren, efficiëntie, vooruitgang en nog veel meer termen wordt ons al enige tijd voorgehouden. Allemaal gebaseerd op het Japanse TPS (Toyota Production System). Hoezo opinies: "laat de Japanners maar komen"? Maar waar hebben we het nu over?

Het woordenboek over verbeteren: 'beter maken'; 'corrigeren'; 'beter worden'. Daar wordt je dus niet wijzer van. Goed dan het woordenboek over beter: 'vergrotende trap van goed'; 'boven een ander uitmuntend'; 'minder ziek'; 'hersteld'; 'op een manier die zich gunstig onderscheidt: ergens beter van worden, eraan verdienen'.

Als je het bovenstaande combineert met het streven van Merck & Co om de beste te zijn, dus boven de ander te staan, dan kom je al ergens. Goed is niet goed genoeg, het moet beter. Dat hoor je wel meer in de huidige maatschappij, maar vragen we ons wel eens af waar we mee bezig zijn; een strijd tegen anderen die ook goed zijn. En waarom zou je strijden tegen wat al goed is? Als je nu iets goed toevoegt, dan lijkt dat al veel beter dan een strijd.

Maar de vraag is wat de vergrotende trap van goed is. Het Merck Production System is afgeleid van TPS. In Nederland zijn vorig jaar zijn 1 op de 25 auto's (waaronder een aanzienlijk deel van Toyota) teruggeroepen omdat er iets fout was gegaan tijdens het productieproces. Wereldwijd ging het om 20,3 miljoen auto's. Minder dan het record jaar 2004 toen er 30,8 miljoen auto's wereldwijd werden teruggeroepen. Toyota is de koploper in het aantal teruggeroepen auto’s. Mag ik dan in twijfel trekken of het productieproces echt is verbeterd? En dan heb ik het nog niet eens over het product. Ooit een lampje proberen te vervangen in een moderne auto of begrijpt U überhaupt de motor van de auto. Ja, de auto zou veiliger zijn, zuiniger, milieuvriendelijker, maar is dat wel zo als er zoveel problemen zijn met het product. Is de klant zoveel beter af?

Een ander voorbeeld. Veel mensen hebben een Senseo. In gebruiksgemak een vooruitgang, maar toch zijn er veel mensen die vinden dat de smaak minder is. Filter koffie smaakt al beter en zelfgemaakte koffie van zelf gemalen koffiebonen en gezet in een percolator smaakt nog beter. Dus waar de fabrikant meent het product te hebben verbeterd, valt dat in de praktijk nogal tegen.

Ik zeg niet dat verbeteren slecht is, maar wel dat je moet afvragen of wat je denkt dat een verbetering is, ook werkelijk een verbetering is. De managers vertellen ons dat we klantgericht moeten zijn, maar zijn de managers dat ook. In feite zijn de medewerkers voor de managers klanten, maar wat is het personeel gevraagd? En wil de klant die onze producten koopt dat de producten snel worden geleverd of dat ze goed van kwaliteit zijn. Of willen ze het beiden en ze bereid daar meer voor te betalen. Managers gaan er van uit dat de consument voor een dubbeltje op eerste rij wil zitten. Dat is ook vaak zo, maar vaak komt dat ook omdat de consument niet goed weet wat ze koopt. Als je consument goed voorlicht, dan is de consument best bereid meer te betalen voor betere kwaliteit. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de biologische voeding. 20 jaar geleden kon je het aan de straatstenen niet kwijt en nu is er al 2,5% marktaandeel (een stijging van 20% t.o.v. een jaar eerder). Nog steeds weinig, maar toch een hele verbetering.

De verbeteringen die nu zijn voorgesteld zijn vooral ingegeven door kostenbesparing. Ons wordt voorgehouden dat je competitief moet zijn, maar ik vraag me toch af of hoe competitief je kunt zijn, voordat het beoogde doel als een boemerang terugkomt. Het is dan ook jammer dat aandeelhouders in deze nooit aan de bel trekken en alleen maar aan geld denken (en het liefst op korte termijn). Juist in de farmacie gaat het juist om lange termijn (immers een nieuw medicijn ontwikkelen kost 8 tot 12 jaar). Uiteindelijk zal de consument dus de dupe worden en daarmee dus ook het bedrijf.

Verbeteren is op zich een goede zaak, maar wel op basis een draagvlak. Het creëren van draagvlak kost tijd en dat wordt vaak niet gegeven of genomen. In feite worden de zogenaamde verbeteringen opgelegd en wordt er maar op gehoopt dat er draagvlak ontstaat. Het zou beter zijn als het financiële doel op de laatste plaats komt. Dat geldt ook voor aandeelhouders. Die zou moeten investeren omdat ze vertrouwen hebben in het product en niet om zo snel mogelijk geld te verdienen, want dat kun je ook graaien noemen. Helaas zit de maatschappij niet (meer) zo in elkaar. Dat wil niet zeggen dat je je daar bij neer moet leggen. Datzelfde geldt voor de opmerking: "als je het niet mee eens bent, dan vertrek je toch gewoon". Op die manier krijg je een vervlakking. Gelukkig zijn er nog veel medewerkers die actief werken aan verbeteringen, al is het vaak op kleine schaal. Maar vele kleintjes maken ook een groot geheel.

Efficiëntie is een andere term. Hier kun je betekenis van 'doelmatig werken' op plakken. Belangrijk is dus dat je een doel vaststelt. Dat doel moet dan wel te bereiken zijn, ofwel SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden). Ik heb vaak de indruk dat men hier niet altijd de tijd voor neemt of dit duidelijk communiceert. Je moet dan eerst duidelijk hebben wat de huidige situatie is en waar je naar toe gaat. Daar moet je wel tijd voor nemen. Een mooie uitspraak die ik recentelijk hoorde is 'wie langzaam gaat, ziet meer'. Wie meer ziet kan dan ook veel beter werken aan efficiëntie. In feite komt het er op neer dat je eerst moet investeren om er later de vruchten van te plukken.

Vooruitgang (het steeds beter worden van een toestand) is ook zo'n term. Ook hier weer het woordje beter. Wanneer is een toestand verbeterd. Gaat het dan alleen om het product of ook om de mensen.

Ik zou dan ook willen oproepen eens de tijd te nemen om zaken goed te bekijken en uit te gaan de eigen kracht. Helaas wordt er te vaak naar anderen gekeken en wordt daar aan gespiegeld. Misschien ben ik al te oud voor al deze snelle veranderingen of heb ik een natuurlijke terughoudendheid om te geloven dit ook echt allemaal wel nodig is. Zelfbezinning zal wel uit de tijd zijn, maar wie goed om zich heen kijkt ziet, zal merken dat we heel vaak teruggrijpen naar zaken die in het verleden heel logisch zijn. Men denkt het wiel opnieuw uitgevonden te hebben, maar alleen de verpakking is anders.

En als ik het dan toch over de mens heb… Er wordt steeds meer gevraagd van mensen. Wie niet rekbaar is, zal buiten de boot vallen en dat zie je steeds vaker. Je ziet een toename van mensen in de bijstand of die anderszins niet meer kunnen. Het is de vraag of we die prijs wel willen betalen. De werkloosheid mag dan wel dalen, maar het aantal 'andere' mensen die buiten het arbeidsproces staan, neemt ook toe. We zouden met z'n allen moeten afvragen of we dat acceptabel vinden.

Ik probeer zaken te relativeren en daarvoor zijn vele ingangen. Er wordt te veel op korte termijn gedacht. Medewerkers van Organon zijn de afgelopen 10 jaar met vele veranderingen geconfronteerd. Ik hoop dat de rek er in blijft zitten, want als dat niet zo is, dan kun je nog zoveel reorganiseren en verbeteren, dan zul je als bedrijf uiteindelijk het onderspit delven. En daar is niemand bij gebaat.


bron:  Het gevoel van Organon | Auteur: Alfred Heeroma
Dit bericht is 2091 maal bekeken


Nog in te vullen