Het gevoel van Organon

Blogs

15-08-2010  Wat maakt Organon bijzonder?

Sinds op 8 juli 2010 bekend werd dat er 2175 medewerkers bij Organon zouden verdwijnen is er bijna dagelijks wel iets te lezen over dit bedrijf of over wat er plaatsvindt. Het opvallende is dat de media beter op de hoogte zijn van alles wat er speelt dan de meeste werknemers. De vraag is natuurlijk of alles wat in kranten of op TV verschijnt wel juist is. Wat wel duidelijk is dat de informatie die medewerkers intern krijgen, schril afsteekt tegen wat er buiten het bedrijf wordt gezegd. Daar verbaas ik me als medewerker wel eens over. Je zou toch wel verwachten dat een bedrijf in ieder geval de medewerkers informeren over wat wel of niet juist zou kunnen zijn, maar niets is minder waar.

Na de aankondiging op 8 juli kwamen vele medewerkers in actie. 1200 medewerkers gingen naar Den Haag om aandacht te vragen, maar onze regering liet het hopeloos afweten. Ze kunnen zich niet bemoeien met private ondernemingen is hun argument. Er is natuurlijk een verschil tussen kunnen en willen. Ik vraag me af hoe een overheid dit zover heeft kunnen laten komen. Immers aan fusies en overnames zijn regels verbonden, zoals de mededingingsregels. En regels worden door de overheid opgesteld, dus had de overheid iets kunnen doen. Een paar telefoontjes (althans dat wordt in de media beweerd) naar Dick Clark (CEO van Merck & CO) konden er nog wel van af. Dat de overheid 1½ miljard euro (dit is een schatting die ik ergens las) dreigt kwijt te raken aan investeringen in universiteiten lijkt niet zo duidelijk. Dan heb ik het nog niet over het verlies aan kennis (is ook geld) en het verlies aan banen bij toeleveringsbedrijven van Organon (naar schatting zijn dat tussen de 1500 en 2000 banen).

Zo zijn er nog meer acties geweest, zoals een demonstratie in Oss en een actie die afgelopen week is gestart onder de naam Het gezicht van Organon. Elke dag lopen 5 medewerkers van het bedrijf naar het gemeentehuis in Oss, waar foto’s worden achtergelaten. Belangstelling is er genoeg, want medewerkers die zich willen aansluiten, kunnen pas in september meelopen omdat de dagelijkse groepjes van 5 tot die tijd al vol zitten. Dit alles is opmerkelijk, want medewerkers van Organon hebben niet de naam dat ze demonstreren. De afgelopen jaren is er volgens mij maar 1 actie geweest, toen de CAO niet opleverde wat men in gedachten had.

Organon is altijd een goede werkgever geweest. Jarenlang scoorde het bedrijf hoog in het lijstje van ‘Beste werkgever van Nederland’. Dat zal nu wel veranderen. Met de overnames is het enige van origine Nederlandse farmaceutische bedrijf eigenlijk verdwenen. Maar hoe heeft Organon een dergelijke reputatie kunnen krijgen.

In de jaren 20 van de vorige eeuw vroeg Saal van Zwanenberg zich af of uit slachtafval niet ergens bruikbaar voor was. Tot dan toe verdween het materiaal namelijk in de destructor. Zwanenberg was directeur van slachterijen en fabrieken. De Amsterdamse hoogleraar Ernst Laqueur was zeer geïnteresseerd in de alvleesklier in het slachtafval. De ontmoeting tussen beide heren leidde er toe dat in 1923 Organon werd opgericht en dat er werd begonnen met de productie van insuline. Aanvankelijk in een hoekje in de Zwanenberg fabriek, maar in 1930 kreeg Organon een eigen gebouw aan de Kloosterstraat. In ruim 10 jaar groeide het bedrijf van 5 naar 287 medewerkers.

Laqueur ging, samen met Jacques van Oss, op zoek naar andere preparaten die Organon kon produceren. Dat resulteerde in Menformon, Pregnyl (beide hormoonpreparaten), maar ook vitaminepreparaten. Pregnyl is het product dat wordt gemaakt van hormonen uit urine van zwangere vrouwen (Moeders voor Moeders). Gaandeweg werden ook andere grondstoffen gemaakt, die niet van dierlijke afkomst waren. In 1933 was de omzet al 1 miljoen gulden en 5 jaar later was dat al 3 miljoen. Zwanenberg probeerde via andere farmaceutische bedrijven (o.a. Bayer in Duitsland) zijn medicijnen te verkopen. Dat lukte niet en Zwanenberg startte een eigen verkooporganisatie, waarbij af en toe samenwerking werd gezocht met andere bedrijven, zoals Roche in de VS. Eind jaren 30 van de vorige eeuw was Organon actief in 40 landen.

De Twee Wereldoorlog zorgde voor stagnering van de groei en vele (Joodse) werknemers werden afgevoerd. Na de bevrijding ging de groei door. In 1948 was de omzet 13 miljoen gulden en 6 jaar later was dat 30 miljoen. De ontwikkeling van de anti conceptiepil (Lyndiol) in begin jaren 60 was zeer belangrijk (het was de allereerste anti conceptiepil ter wereld) en in 1963 werd Organon een internationaal bedrijf en werden de producten verkocht in 90 landen. Organon was toen het grootste farmaceutische bedrijf in Nederland.

In 1947 werd het familiebedrijf van Zwanenberg omgezet in N.V. Zwanenberg-Organon, in 1953 werd het Koninklijk Zwanenberg-Organon (KZO). In 1967 fuseerde KZO met Koninklijk Zout-Ketjan N.V. tot Koninklijke Zout Organon en 2 jaar was er een fusie met AKU (Algemene Kunstzijde Unie) en ontstond AKZO.

Door al deze fusies ontstond een bedrijf met wereldwijd meer dan 100.000 medewerkers en een diversiteit aan activiteiten zoals coatings (o.a. Sikkens), food (Duyvis, verkocht in 1987), vezels (ENKA), chemie (o.a. zout) en pharma (o.a. Organon).

De pharma poot van AKZO omvatte ook Chefaro (Chemische Fabriek Rotterdam, verkocht in 2001 en bekend van Predictor en Davitamon) en Diosynth (actieve grondstoffen). In jaren 70 ging Organon op zoek naar andere terreinen dan hormoonpreparaten en gynocologie en er kwamen medicijnen op het gebied van psychiatrie, hart- en vaatziekten en immunologie. In 1981 werd een verbeterde anti conceptiepil geïntroduceerd (Marvelon).

In 1994 fuseerde AKZO met het Zweedse chemieconcern Nobel en zo ontstond AKZO Nobel. In 1998 werkten bij Organon 9000 mensen wereldwijd in 55 landen en had een omzet van 3 miljard gulden. Ondertussen waren er ook activiteiten ontwikkeld op het gebied van diergeneeskunde (o.a. Intervet en Organon Teknika in Boxtel, dat in 2001 werd verkocht). Op dit moment heeft Organon 37 verschillende producten op de markt (waarvan drie na de overnames vanaf 2007), maar als U de varianten en producten die al zijn komen te vervallen mee telt zijn het nog veel meer.

In 2002 werd een gedeelte van het hoofdkantoor van Organon verplaatst naar Roseland in de VS, omdat dit land het hart van de farmaceutische industrie is en de VS een zeer belangrijke markt.

In 2007 besloot CEO Hans Wijers van AKZO Nobel dat dit bedrijf te divers was en dat de kernactiviteiten teruggebracht moest worden tot chemie en coatings. Pharma, dat jaren lang verhoudingsgewijs de meeste winst maakte voor AKZO Nobel zou worden afgesplitst d.m.v. een beursgang. Deze was op een haar na geregeld toen het Amerikaanse Schering-Plough (ook ontstaan door talloze fusies) met een bod kwam van € 11 miljard. AKZO Nobel ging hier op in, zeer tot ontgoocheling van de toenmalige topman van Organon, Toon Wilderbeek. Hij voelde zich, net als veel werknemers, bedrogen.

Amper 2 jaar later, in 2009 werd een fusie tussen Schering-Plough en Merck & CO aangekondigd. Op papier spreekt men nog steeds van een fusie (merger), maar veel werknemers van Organon beschouwen het gewoon als een overname.

De Amerikaanse invloed viel slecht bij veel Organezen en het is dan ook niet vreemd dat afgelopen vrijdag in het Financieel Dagblad een artikel verscheen om te bekijken of Organon, hoe gehandicapt door de overnames dan ook, weer zelfstandig of als onderdeel van een Europese farmaceut kan doorgaan.

Voor veel Organezen is het maar de vraag of Organon zelfstandig kan doorgaan (zoals het ooit begon), want voor het ontwikkelen van medicijnen is veel geld nodig en de vraag is Organon wel groot genoeg is om dit zelfstandig te behappen. Maar dat voor velen d’n Organon nog niet vergeten is, mag wel duidelijk zijn. En dat maakt Organon wel bijzonder.


bron:  Het gevoel van Organon | Auteur: Alfred Heeroma
Dit bericht is 1957 maal bekeken


Nog in te vullen