Het gevoel van Organon

Blogs

18-08-2010  De kosten van medicijnen

Reizen is één van mijn hobby's. Daardoor ben ik op plekken terecht gekomen waar mensen dicht bij de natuur staan. Ze konden me zo helpen aan planten die helpen tegen huidaandoeningen, maar ook voor maag problemen was er wel een plantje te vinden. Vaak is dit op basis van ervaringen, maar waarom dat plantje werkte tegen een bepaalde kwaal, of het voor iedereen werkt, of het bijwerkingen heeft, tja, dat is niet bekend.

Er zijn heel erg veel ziektes op deze wereld. Als U stelt dat voor 10 % van alle bekende ziektes een geneesmiddel is, dan zit U waarschijnlijk nog aan de hoge kant. Waarschijnlijk zijn er voor ziektes wel plantjes te vinden die helpen, maar ja dan heeft U nog geen geneesmiddel.

Het kan dus zo zijn dat een plantje een stofje bevat dat tegen een ziekte helpt. Als je dit stofje kan identificeren, dan kan je een geneesmiddel (al spreek ik liever van medicijn) ontwikkelen. Je kunt het ook andersom benaderen en op zoek gaan naar een stofje dat werkt tegen een bepaalde ziekte. De kans op succes was vroeger klein, door moderne technieken is die kans heden ten dage wat groter. En als er dan een stofje gevonden is, dan moet ook nog bekeken worden hoe dit voldoende beschikbaar kan komen. Daarnaast moet ook onderzocht worden hoe dit stofje in het lichaam gebracht moet worden, want als je het met een tabletje via de maag doet, maar het stofje wordt in de maag afgebroken (verteerd), dan heeft het niet veel nut en is wellicht een injectie of een zetpil beter.

Daarnaast moet ook onderzocht worden of het stofje (ongewenste) bijwerkingen heeft. Daartoe wordt het getest op dieren (wettelijk verplicht) en als dat succesvol is, dan wordt het getest op mensen (tegenwoordig zijn daarvoor de regels ook erg uitgebreid).

Al met al een lang en duur proces, wat in het verleden niet altijd goed verliep. Daardoor kwamen er wel eens medicijnen op de markt die later tot vervelende bijwerkingen leidde. Telkens werden de voorwaarden om medicijnen op de markt te brengen, verscherpt. Maar meer voorwaarden (regels) betekent ook dat er meer kosten gemaakt moeten worden. Waren de resultaten van een onderzoek vroeger misschien op te bergen in 20 ordners, tegenwoordig wordt alles op CD roms gezet omdat je anders minimaal een halve vrachtwagen nodig hebt. Door al die onderzoeken en regels zijn medicijnen wel betrouwbaarder geworden, maar ook veel duurder.

Farmaceutische bedrijven hebben dus steeds meer geld nodig om 1 medicijn te ontwikkelen (als alle kosten worden meegenomen is het gemiddelde tegenwoordig € 615 miljoen voor 1 medicijn) en het is dus logisch dat je als bedrijf gaat kijken of je bepaalde zaken efficiënter kan doen. Als een stofje eenmaal geregistreerd is als mogelijk medicijn, dan start de octrooi periode. Dit is de periode waarop degene die het stofje heeft geregistreerd, over het alleenrecht beschikt om dit stofje op de markt te brengen. Maar tussen die registratie en het daadwerkelijk op de markt kunnen en mogen brengen van een stofje als medicijn, zit nog een lange onderzoeksperiode. Hoe korter die periode is, des te meer men uiteindelijk de tijd heeft om dit medicijn te verkopen. Werd vroeger volgens een aantal stappen dit onderzoek gedaan, tegenwoordig probeert men zoveel mogelijk onderzoeken tegelijk uit te voeren. Bij deze laatste optie bestaat dus de kans dat je onderzoek doet terwijl uit een andere stap blijkt dat het stofje toch niet geschikt is en je dus onnodig kosten hebt gemaakt.

Om het risico op mislukken van het maken van een medicijn uit een mogelijk geschikt stofje te beperken, werd in de jaren 90 van de vorige eeuw de computer ingezet. Deze kon immers veel sneller gegevens verwerken dan mensen. Miljoenen stofjes werden in de computer ingevoerd of door de computer berekend. Als je dan wist wat een bepaalde ziekte veroorzaakte, liet je de computer op zoek gaan naar stofjes die de ziekte mogelijk zouden kunnen bestrijden (zeg maar het zoeken naar de juiste sleutel op het slot). Nadeel hiervan is dat als de computer dan met een (berekend) stofje op de proppen kwam, je dit in de praktijk ook nog moet kunnen maken.

De nieuwste trend om kosten te besparen lijkt dus om kleinere farmaceutische bedrijven te laten fuseren met grotere bedrijven. Maar de vraag is of de consument daar wel bij gebaat is. De kosten voor het ontwikkelen van een medicijn zijn in dertig jaar met een factor 5 gestegen. Bovendien is het ook steeds lastiger om de juiste stoffen te vinden. Daarom is de innovatieve farmaceutische industrie zo belangrijk. Werden vroeger de stofjes vrijwel altijd op chemische wijze gemaakt of ergens uit gewonnen (denk aan insuline uit de alvleesklier), tegenwoordig is men ook in staat om bacteriën of dieren bepaalde stoffen te laten maken (door te komen tot een juiste genetische structuur), dit noemt men biotechnologie. Ook de toedieningsvormen veranderen. Voorbeelden zijn de Nuvaring en Implanon, waarbij de actieve stof in een polymeer is verwerkt, dat in het lichaam wordt aangebracht. Dit polymeer is zo gemaakt dat het wel de actieve stof (medicijn) afgeeft, maar zelf intact blijft. Deze techniek van toedienen is mede door Organon ontwikkeld en zal in de toekomst veel vaker worden toegepast.

Het probleem van de grote farmaceutische bedrijven is dat ze niet goed in staat zijn nieuwe medicijnen te ontwikkelen. Dit komt omdat ze zich vaak richten op welvaartsziektes waar veel geld mee te verdienen is. Tegenwoordig moet een nieuw medicijn een blockbuster zijn (omzet van meer dan $1 miljard per jaar) en medicijnen voor minder voorkomende ziektes zijn dan ondergeschikt. Voor de meeste welvaartsziektes (zoals hartproblemen, cholesterol) zijn nu wel medicijnen, maar tegen malaria of een verkoudheid is amper een deugdelijk product.

Farmaceutische bedrijven moeten een aantal stoffen in onderzoek hebben die kunnen resulteren in een medicijn (dit is de zogenaamde pijplijn). Als die pijplijn opdroogt of onvoldoende is gevuld, dan loop je als farmaceutisch bedrijf het risico failliet te gaan. Veel grote bedrijven zijn er de afgelopen jaren achter gekomen dat hun pijplijn onvoldoende was gevuld. Dat komt omdat het patent van veel medicijnen (waar dus geld mee wordt verdiend) tussen 2013 en 2015 afloopt. Tegen die tijd dien je dan als bedrijf voldoende nieuwe medicijnen te hebben. De grote farmaceutische bedrijven, met nu nog genoeg geld, lijken dit probleem van een onvoldoende gevulde pijplijn, op te lossen door kleinere farmaceutische bedrijven met een relatief goed gevulde pijplijn op te kopen. Organon lijkt hier nu ook slachtoffer van te zijn, maar het opkopen van kleinere bedrijven is natuurlijk geen oplossing, want de vraag is waarom de grotere bedrijven een onvoldoende pijplijn hadden.

Het sluiten van researchcentra is geen goed teken. Niet alleen zal daardoor veel kennis weglekken, maar als er niets wijzigt, zullen medicijnen veel duurder worden of er komen geen nieuwe medicijnen meer. Het toonaangevende tijdschrift The Lancet constateerde vorig jaar al dat veel onderzoeken op elkaar lijken en dat rapportages op plagiaat lijken (en daarmee steken ze ook de hand in eigen boezem).

Helaas denken overheden dat groter ook beter is, maar helaas is niets minder waar. De overheden zouden eens moeten kijken waar innovaties vandaan komen. Wie het rapport van de KIA(Kennis en Innovatie Agenda) leest ziet dat hierin ook wordt uit gegaan van veel investeringen in het onderwijs en in het midden- en kleinbedrijf. Kennis moet je zien te behouden, maar de producten van die kennis moet je te gelde zien te maken. Wat er nu met Organon gebeurt, is dus precies het omgekeerde. Organon bestede al veel werk uit bij universiteiten (onderwijs) mede vanwege kostenefficiëntie en ook kleinere bedrijven krijgen vaak opdrachten van Organon. Als Organon wegvalt, dan zal hier ook een keten in elkaar storten.


bron:  Het gevoel van Organon | Auteur: Alfred Heeroma
Dit bericht is 1863 maal bekeken


Nog in te vullen