Het gevoel van Organon

Nieuws

22-10-2010  Biotech voelt 'na Organon' vooral meewind

Biotechondernemers in Nederland reageren nuchter op de geruchtmakende aangekondigde sluiting van de onderzoeksafdelingen van Organon en van Solvay Pharma. De meesten zien vooral voordelen. Ze beschouwen het verlies van 2200 banen, ofwel 8% van de onderzoeks-populatie van de farmasector in Nederland, als een onvermijdelijk gevolg van de overnamegolf in de mondiale farmasector. De publieke opwinding en nationale sentimenten gaan aan hen voorbij doordat de sector sterk internationaal georiënteerd is. De meeste ondernemers zien veeleer de zonnige keerzijde van de fundamentele veranderingen in de internationale farmasector: grote concerns leunen voor nieuwe medicijnen steeds sterker op de innovativiteit van biotechbedrijven en betalen daar grif voor, wat de kansen vergroot voor jonge biotechbedrijfjes om ooit de markt te bestormen.

'De Nederlandse sector kent tal van veelbelovende bedrijven die op termijn tot het "nieuwe Organon" kunnen uitgroeien', zegt Hans Schikan, directeur van Prosensa, een Leids biotechbedrijf dat werkt aan geneesmiddelen tegen de spierziekte Duchenne. Schikan: 'Neem nu Crucell. Tien jaar terug had bijna niemand van het bedrijf gehoord en nu telt het meer dan 1300 mensen en ligt er een bod van euro 1,75 mrd van Johnson&Johnson. Crucell kan nu groeien tot in de top 3 belangrijkste vaccinmakers ter wereld.'

'Dan heb je Galapagos met meer dan 800 medewerkers, AMT, Octoplus en ons eigen Prosensa. Veel van deze bedrijven profiteren van de nauwe wetenschappelijke samenwerkingen met academische centra in ons land, centra die internationaal in hoog aanzien staan

Schikan benadrukt nog eens dat de teloorgang van het onderzoek van Solvay en Organon uiteindelijk ook een positieve kant kan hebben in de zin van nieuw innovatief ondernemerschap. 'Er komen meer ervaren mensen op de markt die zelf een bedrijf kunnen beginnen, dan wel dat ze hun ervaring en kennis meenemen naar andere biotechbedrijven.' Schikan heeft nog geen sollicitanten van Organon of Solvay gehad. Dat geldt wel voor Bart Wuurman, bestuursvoorzitter van biotechbedrijf AM-Pharma uit Bunnik dat werkt aan een therapie voor de behandeling van acuut nierfalen. 'Die sollicitanten waren van een eerdere saneringsronde bij Organon', zegt Wuurman. Hij betreurt de sluiting van de afdeling onderzoek en ontwikkeling van Organon 'omdat dat bedrijf fungeerde als een grote leerschool voor biotechmanagers'.

Dat ex-Organon-medewerkers hun kennis en ervaring doorgeven aan jonge biotechbedrijven, acht Wuurman hard nodig om de vele biotech start-ups in Nederland te helpen doorgroeien. 'Voor de vroege plantjes is in Nederland volop steun, terwijl bedrijven zoals AM-Pharma, die hun product al in de klinische testfase hebben, vooral veel geld nodig hebben om hun product marktrijp te maken. Er is echter gewoon minder geld voor hetzelfde aantal bedrijven en de risicobereidheid van de investeerders neemt af. Met meer kapitaal zou ik sneller kunnen schakelen.' Min of meer hetzelfde geluid klinkt bij Willem van Weperen, eerste man van To-BBB. Dit Leidse biotechbedrijf maakt een transportmiddel dat de protectie van de hersenen tegen externe stoffen passeert. Daardoor kan een medicijn in de hersenen gebracht worden. Van Weperen is druk met het ophalen van euro 5 mln. 'Door de progressie van ons hersentumormiddel en de interesse van farmabedrijven gaat het lukken.'

Een positief geluid geeft ook Synthon af, een tamelijk onbekende Nederlandse producent van merkloze geneesmiddelen in Nijmegen. Het bedrijf heeft al euro 200 mln omzet en ontwikkelt nu ook eigen merkmedicijnen. Ook zo'n signaal komt van het Japanse Astellas. Het farmaciebedrijf verhuist zijn R&D-centrum van Leiderdorp naar Bioscience Park Leiden. Het wil uitbreiden en in de nabijheid verkeren van de Universiteit Leiden, het Medisch Centrum en de laboratoriumschool.

Publiek-private samenwerking in 'life sciences' is een sterk punt van Nederland. Juist afgelopen woensdag werd bekend dat de hoofdzetel van het Europese instituut voor geneeskundig translationeel onderzoek (Eatris) in Amsterdam komt. Translationeel onderzoek maakt een snelle overstap mogelijk van een vinding in het laboratorium naar toepassing in de patiëntenzorg. Precies wat de Nederlandse sector kan gebruiken.

Neerlands hoop in bange biotechdagen: het Leidse Bio Science Park. Met de klok mee van boven: zicht op het Gabiusgebouw van TNO, een laboratorium van het BioPartner Center waar onder meer onderzoek wordt gedaan naar de ziekte van Duchenne, de ingang van het park en twee laboranten in de cleanroom van Proxy Laboratories.


bron:  Financieel Dagblad | Auteur: Henk Engelenburg
Dit bericht is 1684 maal bekeken


Interessante kennis

Merck & Co is de op één na grootste leverancier van medicijnen in wereld. Hun streven is om hun markt uit te breiden naar groeimarkten zoals China, India en Japan. Een uitdaging want de wereldbevolking neemt snel toe!