Het gevoel van Organon

Nieuws

10-11-2010  Danone spiegel voor biofarma

Visie en lef zorgen ervoor dat Danone na de overname van Numico al het onderzoek en ontwikkeling op het terrein van Medical Nutrition in Utrecht onderbrengt. Dat staat haaks op de situatie in de biofarmasector, waar centra worden gesloten en bij Organon en Solvay rake klappen vallen. De sector ontwikkelde niet op tijd een langetermijnvisie en -strategie en verwijst veel naar een overheid die geen visie en lange adem zou hebben.

Danones vicepresident R&D Medical Nutrition, Hanno Cappon, geeft hoog op van het besluit om, na de overname van Numico, alle R&D op dat gebied in Nederland onder te brengen (FD 9 november). Het is een goed besluit, zowel voor Danone als Nederland. Maar Cappon slaat één essentiële stap en één belangrijke persoon in het besluitvormingsproces over. Nadat Danone in 2007 Numico had ingelijfd werd intern bekend dat het hoofdkantoor alle R&D op het gebied van Medical Nutrition samen zou brengen in Parijs. Toen Numico's R&D-directeur Wim van Gelder dat hoorde, trok hij de stoute schoenen aan, passeerde zijn Franse R&D-bazen en meldde zich 's avonds in een Amsterdams hotel waar de grote baas van Danone op dat moment verbleef. Hij wist via een kort telefoongesprek de man naar de lobby te krijgen onder 'de bedreiging' dat hij een goed verhaal moest hebben, omdat hij anders de volgende dag zijn biezen zou kunnen pakken. Van Gelder had kennelijk een goed verhaal en kreeg ter plekke de opdracht om zijn visie en plan op papier te zetten en te presenteren aan de raad van bestuur in Parijs. Van Gelder bedacht dat hij met een nieuwe en unieke propositie moest komen, met de verplaatsing van Numico's R&D van Wageningen naar Utrecht als belangrijk onderdeel. Bestuursvoorzitter Yvonne van Rooij van de Universiteit Utrecht bleek evenmin bang en steunde het voorstel. Ook EZ zette zijn beste beentje voor. Van Gelder kwam, zag en overwon.

Zonder Van Gelders visie en lef was Numico's R&D dezelfde weg gegaan als nu bij Organon en Solvay het geval is. Biofarma, de lifesciences-sector, zit in de hoek waar de klappen vallen. R&D-centra worden gesloten, buitenlanders slokken bedrijven op en het topinstituut farma krijgt vrijwel zeker geen doorfinanciering. Het regeerakkoord meldt dat een aantal huidige en toekomstige topgebieden specifieke aandacht krijgen. De gebieden die worden genoemd lijken sterk op de sleutelgebieden die het eerste innovatieplatform destijds selecteerde. Biofarma was daar toen niet bij en wordt ook nu niet specifiek genoemd. Ook bij een opsomming van belangrijke regionale clusters komt het sterk in opkomst zijnde biofarmacluster in Leiden niet voor.

Het Haagse besluit over de FES-middelen doet het ergste vrezen voor de doorfinanciering van de in 2006 - 2008 opgestarte publiek-private samenwerkingsverbanden in de sector, zoals TI Pharma, CTMM en BMM. Maar voordat de zwartepiet geheel naar de overheid wordt geschoven is het goed na te gaan waarom en hoe die verbanden tot stand zijn gekomen. De sector moet ook bij zichzelf te rade gaan. Het eerste innovatieplatform wilde een focus aanbrengen in het aantal sectoren dat de overheid zou stimuleren en ondersteunen. In het voorjaar van 2004 nodigde het platform sectoren uit om in een kort tijdsbestek de krachten te bundelen en een gezamenlijke visie, inclusief een behoeftepakket, op tafel te leggen. Het proces had een sterk competitief element. Op basis van de ingediende plannen werd een klein aantal sectoren gekozen tot sleutelgebied. Biofarma was daar niet bij, de sector had geen kans gezien zijn huiswerk gecoördineerd en op tijd klaar te hebben. De verklaring hiervoor lijkt mij simpel. Biofarmabedrijven in Nederland zijn gebundeld in maar liefst drie brancheverenigingen, Nefarma, BioFarmind en Niaba, waarvan er twee minimaal zijn bemand. Het gebrek aan kritische massa en samenwerking heeft er destijds ongetwijfeld toe geleid dat de sector een belangrijke boot miste. En zo leek de sector over een reeks van jaren extra financiering door de overheid te gaan missen.

Dat duurde totdat vanaf 2005 aardgasgelden via het FES in ruime mate beschikbaar kwamen en tegen de Haagse plinten begonnen te klotsen. Ministeries waren op zoek naar besteding van de plots in hun schoot geworpen gelden, en het altijd opportunistische veld van kenniswerkers bij universiteiten en bedrijven ging gretig op het aanbod in. En er was haast. Tijd voor de ontwikkeling van een langetermijnvisie en -strategie gaf de branche zich niet. En de eerder genoemde publiek-private samenwerkingen kwamen tot stand onder een sterk opportunistisch gesternte. En dat niet alleen, maar zij bevorderden door hun aantal en solistisch optreden ook nog de sterke fragmentatie waaraan de sector toen al leed. Velen zagen het gebeuren, maar het wegzetten van het geld had topprioriteit. Omdat de zelforganisatie van de sector steeds maar uitbleef, nam de overheid ten langen leste zelf maar een initiatief en richtte de organisatie Life Sciences & Health op, die voortaan met overheidsgeld een aantal taken zou moeten gaan uitvoeren die normaliter bij een brancheorganisatie horen.

Nu is plotsklaps de financiële winter ingetreden. Maar er komt vast weer een nieuwe lente met opnieuw overheidsgeld voor stimulering van de kenniseconomie. Wil de biofarmasector niet opnieuw de boot missen, dan moet hij de komende jaren gebruiken om echt de krachten te bundelen, en op eigen kracht een heldere en compacte visie en strategie voor de sector ontwikkelen.

Gerard van Beynum werkte bij Gist-brocades en Pharming, was voorzitter van Niaba en is thans commissaris bij lifesciencesbedrijven.


bron:  Financieel Dagblad | Auteur: Gerard van Beynum
Dit bericht is 2149 maal bekeken


Interessante kennis

Merck & Co is de op n na grootste leverancier van medicijnen in wereld. Hun streven is om hun markt uit te breiden naar groeimarkten zoals China, India en Japan. Een uitdaging want de wereldbevolking neemt snel toe!