Het gevoel van Organon

Nieuws

18-01-2011  Tekort aan innovatiekracht bemoeilijkt weg naar top van kenniseconomieën

De innovatiekracht van Nederland blijft achter ten opzichte van de ambitie om tot de top vijf van kenniseconomieën te behoren. Dat blijkt uit de jaarlijkse voortgangsrapportage over de Kennis- en Innovatieagenda, die vandaag wordt gepresenteerd. Ook cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laten allerminst een rooskleurig beeld zien. 'De innovativiteit houdt nog veel te wensen over', zegt Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van het bestuur van de Kennis- en Innovatie Agenda. 'We hebben nog een flinke route af te leggen. Als een aantal factoren niet verbetert, halen we de doelstelling om bij de top vijf te horen niet.'

Het wegvallen van de aardgasbaten voor onderzoek en innovatie leidt tot een enorme kloof tussen ambitie en realiteit, zegt Rinnooy Kan. 'Ik weet niet hoe dit opgevangen moet worden.' Het gaat om een gat van euro 500 mln over de komende vier jaar. Op dat geld was gerekend bij het uitspreken van de ambitie om in 2020 weer tot de wereldtop van kenniseconomieën te behoren. In 2000 stond Nederland nog op de derde plaats op de wereldranglijst. Inmiddels is dat de achtste plaats. Behalve de aardgasbaten zijn ook de overige publieke investeringen in research en development (R&D) steeds verder teruggelopen naar 0,67% van het bbp. Toch ziet Rinnooy Kan een lichtpuntje. 'De komende tijd zijn er grote kansen voor Nederlandse onderzoekers om Europese gelden binnen te halen.' Opvallend is dat sommige landen die ook hebben geleden onder de economische crisis, toch zijn blijven investeren. Rinnooy Kan: 'Goede voorbeelden zijn Duitsland, Frankrijk en de Scandinavische landen.'

Een belangrijk positief punt is dat de ondernemerszin in Nederland volgens de rapportage hoogtij viert. Dit zou moeten resulteren in meer innovatief ondernemerschap, maar dat is nog niet het geval, constateert Rinnooy Kan. 'Kennelijk staat het nog onvoldoende op de agenda van het mkb.' Bovendien blijkt uit cijfers die gisteren door het CBS werden gepresenteerd, dat de investeringen van het Nederlandse bedrijfsleven in R&D achterblijven bij de rest van Europa. Met euro 5 mrd beslaan de uitgaven 0,88% van het bbp in 2009, terwijl het Europees gemiddelde toen op 1,25% lag.

Volgens Michiel Vergeer, hoofdeconoom van het CBS, is er sprake van een dalende trend. 'Al sinds 2000 lopen de Nederlandse investeringen steeds verder achter op het Europees gemiddelde.' Een mogelijke verklaring is dat Nederlandse multinationals steeds vaker nieuwe R&D-afdelingen niet in Nederland opzetten, maar in het buitenland. 'Een bedrijf kiest er dan bijvoorbeeld voor om een nieuw laboratorium in China te vestigen, omdat het daar dichter bij de markt zit', aldus Vergeer.

Volgens Rinnooy Kan kan het ook te maken hebben met onvoldoende animo van buitenlandse bedrijven om R&D-afdelingen in Nederland op te zetten. Ook het verdwijnen van bedrijven als Organon en Abbott is geen goed teken, zegt Rinnooy Kan. 'Een uitzondering is natuurlijk het succesverhaal van Danone, dat in de food valley in de buurt van Utrecht een onderzoeksfaciliteit opstart.' Rinnooy Kan denkt dat er veel gewonnen kan worden door procesinnovatie in het mkb. 'In Nordrheinland-Westfalen heeft een project waarbij Duitse ondernemers kritisch naar hun bedrijfsprocessen keken, geleid tot een verhoging van de productiviteit van 10% op ondernemingsniveau. Daarmee is nu ook in Nederland een begin gemaakt.'

Het regeerakkoord levert minder investeringen in onderzoek en innovatie op dan de partijen achter de Kennis- en Innovatieagenda hadden gehoopt. Maar Rinnooy Kan houdt hoop: 'De plannen zijn nog onuitgewerkt.' In het regeerakkoord heeft het kabinet-Rutte aangegeven innovatie meer te willen subsidiëren op generieke wijze. Dit in tegenstelling tot kennisinstellingen en het bedrijfsleven, die vooral willen inzetten op een aantal sleutelgebieden, zoals voeding en water. Volgens Rinnooy Kan is de discussie hierover echter nog volop aan de gang.

Het onderbrengen van innovatie bij het nieuwe superministerie Economische Zaken, Landbouw en Innovatie ziet Rinnooy Kan als een positieve ontwikkeling. 'De coördinatie van innovatie, ook via publiek-private samenwerking kan zo een stuk effectiever.' Nederland moet vooral niet opgeven en de ambitie om in de top vijf te belanden blijven najagen, zegt Rinnooy Kan. Daarbij moet Nederland zich niet laten ontmoedigen door de snelle groei van Aziatische landen. 'De kosten van arbeid zijn hier weliswaar hoger, maar door te zorgen voor een hoge kwaliteit, kunnen we concurrerend blijven. Bovendien komt Azië van een lager niveau.'


bron:  Financieel Dagblad | Auteur: Elisa Hermanides
Dit bericht is 1612 maal bekeken


Interessante kennis

Merck & Co is de op n na grootste leverancier van medicijnen in wereld. Hun streven is om hun markt uit te breiden naar groeimarkten zoals China, India en Japan. Een uitdaging want de wereldbevolking neemt snel toe!