Het gevoel van Organon

Nieuws

24-05-2011  'Laat investeringen eerst eens gaan renderen'

Meer investeren in farmacologisch onderzoek? Niet in de eerste plaats, zegt hoogleraar Justin Jansen. "Het probleem is niet dat er te weinig wordt geïnvesteerd, maar dat die investeringen niet genoeg renderen."

Wat onderzoek betreft behoort farmacologisch Nederland absoluut tot de wereldtop. Maar de vraag is: hoe lang nog? "Qua onderzoek draaien we mee in de hoogste regionen", stelt Justin Jansen. "Er gaat relatief veel geld naartoe. De investeringen in r&d in de sector zijn de afgelopen tien jaar flink gestegen. Het knelpunt is dan ook niet dat er te weinig geld is, maar dat er te weinig mee wordt gedaan. Er is niks mis met het r&d budget, maar wel met het rendement op die investeringen. We doen toonaangevend onderzoek, maar de praktische toepassing laat veel te wensen over. Dat is de crux. Er gaapt een kloof tussen wetenschap en praktijk. De onderzoeksgegevens vertalen zich veel te weinig in de toepassing en ontwikkeling van medicamenten. De sector scoort relatief laag op het in de markt zetten van nieuwe producten. De grote uitdaging is dus:

de huidige investeringen zodanig inzetten dat ze effectief worden."

De verplaatsing van werkzaamheden naar lagelonenlanden is al decennialang gaande. Begonnen bij de productie, is nu ook het kennisintensieve deel aan de beurt. Is de uitstroom van hoogwaardig werk niet gewoon iets waar we ons bij neer moeten leggen? Justin Jansen vindt van niet. "De kenniseconomie omvat veel meer dan alleen de farmacologische sector, en andere sectoren hebben duidelijk veel minder problemen met hun r&d. Kijk naar de creatieve sector. Die floreert prima in Nederland. Hoewel het ontwikkelen van een nieuwe generatie medicijnen natuurlijk complexer en duurder is dan het ontwikkelen van een game of een kledinglijn, zijn er toch echt wel dingen die we kunnen doen om het tij te keren. Ik word niet blij van het vertrek van hoogwaardige kennis naar het buitenland. Die uitstroom is slecht voor Nederland Kennisland, dus we moeten er alles aan doen om te kijken hoe we dat kunnen stoppen. Daarbij moet je doen waar je goed in bent. Op loonkosten kunnen we niet concurreren. Wij moeten het hebben van creativiteit, innovatie en kennis, en daar moeten we dan ook maximaal op inzetten."

Daarin is een belangrijke rol weggelegd voor de overheid. Het ontbreekt momenteel aan een sterke regie. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zou volgens Jansen een visie moeten ontwikkelen op hoe Nederland beter gebruik kan maken van de aanwezige kennis in bedrijven en onderzoeksinstanties, zodat een betere toepassing van die kennis mogelijk wordt. Daarnaast zou de overheid een lijst moeten maken van best practices: bedrijven die het bovenmatig goed doen en die als lichtend voorbeeld kunnen dienen voor andere. "Dat hoeven niet persé de farmareuzen te zijn. Vaak zelfs niet. Vernieuwing komt steeds vaker van kleine biotechbedrijven. Die vormen momenteel de motor achter innovatie in de farma."

Ook het actief bevorderen van ondernemerschap kan helpen. In internationaal perspectief is het bedroevend gesteld met het ondernemend gehalte van Nederlanders. De overheid kan daar volgens Jansen iets aan veranderen door goede regelgeving rondom zaken als risicomanagement en kapitaalverschaffing. Bijvoorbeeld door durfkapitaal in een vroeg stadium beschikbaar te stellen, waardoor ook starters de kans krijgen om te investeren in innovatie. Daarnaast kan gedacht worden aan het bevorderen van ondernemerschap bij universiteiten en medische organisaties, waardoor studenten makkelijk de stap naar een eigen bedrijf kunnen zetten. Of door 'Technology Transfer Offices': organisaties die een link kunnen vormen tussen wetenschap en bedrijven. Bundelen van de krachten is wat Jansen betreft een goede zaak. Daarom pleit hij voor campussen: complexen rondom grote bedrijven en universiteiten waar kennisuitwisseling centraal staat. Mits daar ook grote bedrijven aanwezig zijn. "De aanwezigheid van grote spelers is cruciaal voor het succes van clusters, omdat zij de benodigde slagkracht hebben. Met alleen maar kleine jonge bedrijfjes kom je er niet." Daarom is een sciencepark in Oss wat hem betreft ook niet wenselijk. "Zonder grote farmaceuten is zoiets gedoemd te mislukken." Maar de overheid is zeker niet de enige die in beweging moet komen. Het bedrijfsleven zelf moet ook zijn verantwoordelijkheid nemen. "Met name grote farmaceutische bedrijven ontbreekt het vaak aan passie voor innovatie en visie op de toekomst.

Zij scoren vaak slecht op snelheid en innovatief vermogen. Veel ideeën blijven op de plank liggen. Ze zijn vaak meer gericht op het in de markt zetten van bestaande medicijnen, dan op de ontwikkeling van nieuwe." Ondanks de zorgelijke signalen heeft Justin Jansen wel vertrouwen in de toekomst. "Wat in het nieuws komt zijn de saneringen bij grote bedrijven. Dat bepaalt de beeldvorming en geeft het idee van een doemscenario. Maar als je kijkt waar de innovatie en vernieuwingskracht zitten, dan is dat bij de jonge kleine bedrijven, de toeleveranciers van de grote bedrijven, en die doen het doorgaans heel goed. Maar dat wil niet zeggen dat we stil kunnen zitten."



Justin Jansen (34) is hoogleraar Ondernemerschap aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit. Hij promoveerde cum laude op een onderzoek naar de balans tussen innovatie en efficiency in organisaties. Qua onderzoek richt hij zich op thema's als organisatieverandering en -vernieuwing,

innovatie, interne en externe samenwerking en ondernemerschap. Zijn onderzoek naar sociale innovatie werd bekroond met de ERIM Impact Award 2007.


bron:  Nefarma | Auteur: Van een verslaggeven
Dit bericht is 1856 maal bekeken


Interessante kennis

Merck & Co is de op n na grootste leverancier van medicijnen in wereld. Hun streven is om hun markt uit te breiden naar groeimarkten zoals China, India en Japan. Een uitdaging want de wereldbevolking neemt snel toe!