Het gevoel van Organon

Nieuws

07-06-2009  Onzekerheid Organon na overname

Terwijl de overname door Schering-Plough van Organon BioSciences nog amper is verwerkt, is het bedrijf door een nog grotere Amerikaanse branchegenoot ingelijfd. Van de Amerikaanse 'can do-mentaliteit' kunnen de Nederlandse zwartkijkers nog wel wat leren, vindt Ton Rijnders, vicepresident R&D bij Schering-Plough in Oss, voorheen Organon. "Niets is onmogelijk voor de Amerikanen. Dat is heel inspirerend voor ons wetenschappers."

De overname van Organon BioSciences door het Amerikaanse Schering-Plough sloeg in 2007 in als een bom onder de ruim 6.500 werknemers. Het biofarmaceutische paradepaardje van Akzo Nobel stond net op het punt te verzelfstandigen, toen toenmalig topman Hans Wijers het bedrijf voor 11 miljard euro verkocht aan Schering-Plough. Niks geen beursgang dus, maar onder het juk van de Amerikanen. "Dat was wel even slikken", geeft Rijnders toe. Maar, zegt hij nu opgewekt: "Het maakt niet uit welke vlag er boven onze laboratoria wappert, zolang er maar R& D blijft plaatsvinden." Laat dat nu precies de vraag zijn die als een donderwolk boven het fabrieksterrein in Oss hangt. Want de relatieve rust na de overname door Schering-Plough die de ontwikkelingsactiviteiten in Oss nagenoeg ongemoeid heeft gelaten, werd eerder dit jaar ruw verstoord toen Schering-Plough zelf werd overgenomen door zijn nog grotere Amerikaanse branchegenoot Merck. Pas op zijn vroegst eind van dit jaar zullen de werknemers in Oss duidelijkheid krijgen over de gevolgen van de fusie.

Organon werd in 1923 opgericht door Saal van Zwanenberg en Ernst Laqeur, hoogleraar farmacologie in Amsterdam. In een hoekje van de slachterij van Van Zwanenberg in Oss begon het duo met de productie van insuline uit de alvleesklier van dieren. Later werden er uit dierlijk afval hormoonpreparaten en vitaminen gefabriceerd en werd ook gestart met de productie van chemische middelen zoals Orgasepton, een sulfaatpreparaat tegen bacteriële infecties. Het bedrijf in Oss maakte een snelle opmars, die voor de Joodse oprichters wreed werd onderbroken in de Tweede Wereldoorlog.

Na de oorlog groeide Organon in een duizelingwekkend tempo. In 1948 bedroeg de omzet 13 miljoen gulden, in 1954 was de omzet van het inmiddels beursgenoteerde bedrijf verdubbeld. De doorbraak kwam met de uitvinding van de anticonceptiepil Lyndiol begin jaren zestig. Het bedrijf specialiseerde zich in vrouwelijke gezondheidszorg (anticonceptie, vruchtbaarheidsbehandelingen), anesthesie en neurologie. In 1971 werd Organon onderdeel van Akzo Pharma, waarna gouden tijden aanbraken.

Na de laatste blockbuster, het antidepressivum Remeron in 2002, bleef het een tijd stil. Hoewel de pijplijn goed gevuld was, bleef een kaskraker uit – de introductie van het veelbelovende Asenapine, een middel tegen onder meer schizofrenie, werd uitgesteld. "Het geduld van de aandeelhouders van Akzo werd op de proef gesteld", zegt Danny Doesburg, analist bij SNS Securities. "Vandaar dat uiteindelijk van hogerhand werd besloten om een knip te zetten tussen de chemie en de farma."

Of een verzelfstandiging achteraf verstandiger was geweest, valt te betwijfelen. "Schering-Plough heeft destijds wel de hoofdprijs betaald", zegt Doesburg. Maar de recente successen – in Europa is toestemming verkregen voor de introductie van de antispierverslapper Bridion en in de Verenigde Staten ligt de toelatingsaanvraag voor Asenapine en een nieuw vruchtbaarheidshormoon geven aan dat Organon het op eigen benen ook had kunnen redden. Maar, relativeert Rijnders: "zelfstandig had Organon zeker ook moeilijke tijden beleefd. Wie zegt dat we dan uiteindelijk ook niet waren overgenomen?"

De fusiegolf in de farmaceutische industrie houdt volgens de Nederlandse koepelorganisatie Nefarma zeker nog wel een tijdje aan. "Iedereen kampt met een opdrogende pijplijn; te hoge ontwikkelingskosten en te lage opbrengsten", zegt directeur Michel Dutrée. Het 'karige' investeringsklimaat helpt de farmaceutische sector bepaald niet om te overleven. Dutrée: "We moeten met lede ogen aanzien hoe onze hoogwaardige biotechnologische expertise naar het buitenland verdwijnt. Hoezo Nederland kennisland?" Zo zwartgallig ziet Rijnders het niet, maar "Nederland zou nu wel moeten doorpakken", vindt hij ook.

In de biotechnologie zijn de ontwikkelingskosten met 1,8 miljard euro per medicijn hoger dan gemiddeld. Schering-Plough besteedt net als de rest van de branche circa 20 procent van de omzet (3,5 miljard euro) aan research en development. Gemiddeld wordt een op de tien producten in de pijplijn uiteindelijk op de markt gebracht. De investeringsrisico' zijn dus levensgroot en voor een kleine speler als Organon amper op te brengen. ‘We zochten vaak partners aan het eind van de ontwikkelingsfase om het product richting markt te brengen’, zegt Rijnders. ‘Dat ging soms met vallen en opstaan. Aan die onzekerheid is nu een einde gekomen dankzij de deep pockets van de Amerikanen.’

De overname van Schering-Plough door Merck brengt echter nieuwe onzekerheid. Het is de vraag of Merck de specialismen van Organon net zo waardeert als Schering-Plough dat deed. Ook zal Merck wellicht worden gedwongen bepaalde onderdelen af te stoten omdat het bedrijf anders problemen krijgt met de mededingingsautoriteiten. Zo is de toekomst van de veterinaire poot Intervet onzeker, omdat Merck ook actief is op het gebied van diergeneeskunde. Een gegeven is dat Schering-Plough en Merck door de fusie jaarlijks 3,5 miljard dollar (2,5 miljard euro) aan kosten denken te kunnen besparen. "Dan heb je het over 15 procent van het personeelsbestand", zegt Rijnders. "Ik maak me niet te veel illusies. De farmacie is een harde wereld. Bij overnames gaat het om de producten. De mensen en de fabrieken komen pas een hele tijd daarna." Toch is er geen reden om te rouwen om de teloorgang van het zoveelste Nederlandse bedrijf. De laboratoria in Oss blijven wel open. Volgens analist Doesburg zijn er voor Merck genoeg synergievoordelen te behalen met de portefeuille van Organon omdat het om zeer welkome en specialistische kennis gaat. "Er is bij deze overname geen sprake van een koude sanering zoals je wel zag in de luchtvaart en de scheepvaart."

Ook vakbondsbestuurder Aranka Ouwerhand van FNV Bondgenoten ziet geen aanleiding voor Merck 'om de kip met de gouden eieren te slachten'. Maar ze vindt wel dat het personeel veel te verduren heeft. "Nu er eindelijk licht aan het eind van de tunnel leek, is er opnieuw onzekerheid over de werkgelegenheid. Maar je merkt het niet aan de mensen. Ze zijn enorm verbonden aan het bedrijf. Daar mag Schering-Plough zich gelukkig mee prijzen."

Optimisme is ook wat Rijnders – 'ik wil niet in wrok omkijken' – en zijn collega’s uitstralen. Aan de sfeer op het terrein in Oss is de onzekerheid aan niets af te lezen. "Zodra onze mensen het laboratorium binnenlopen, zijn ze alleen nog bezig met het uitoefenen van hun prachtige vak", zegt Rijnders. "Alles draait om wetenschap. Daaraan zijn grenzen en bedrijfsculturen ondergeschikt."


bron:  Volkskrant | Auteur: Carlijne Vos
Dit bericht is 1769 maal bekeken


Interessante kennis

Merck & Co is de op n na grootste leverancier van medicijnen in wereld. Hun streven is om hun markt uit te breiden naar groeimarkten zoals China, India en Japan. Een uitdaging want de wereldbevolking neemt snel toe!