Het gevoel van Organon

Nieuws

15-09-2010  Naar een nieuw industriebeleid

De Tweede Kamer houdt vandaag een hoorzitting over het industriebeleid. Aanleiding is de dreigende sluiting van Organon. De ontwikkelingen bij Organon, maar eerder ook al in de energiesector en financiële sector, tonen het ontbreken aan van een industriebeleid. Of beter gezegd, van een bedrijfslevenbeleid dat niet de 'Haagse economie van de macrocijfers van het CPB' als uitgangspunt neemt, maar de echte economie van ondernemingen en ondernemers van vlees en bloed. Nederland heeft nieuw industriebeleid nodig dat uitgaat van de kracht van het ondernemen. Naast een uitstekend algemeen voorwaardenscheppend beleid moeten we optimale condities voor kansrijke topgebieden scheppen.

Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw is het overheidsbeleid ten aanzien van het bedrijfsleven veranderd in generiek voorwaardenscheppend en thematisch beleid. De overheid kwam op grotere afstand van het bedrijfsleven te staan. Het is gezond dat bedrijven niet langer de beschermende mantel van de overheid konden opzoeken bij toenemende concurrentie. Of dat binnenlandse sectoren geen ruimte meer hadden voor marktverdeling en prijsopdrijvende gedragingen. Mededingingswetgeving en verruiming van toetredingsmogelijkheden tot markten (afschaffing vestigingwetgeving) hebben bijgedragen aan een marktdynamiek die het bedrijfsleven sterker heeft gemaakt.

Verdergaande globalisering heeft echter de vestigingsplaatsconcurrentie vergroot. Wanneer internationale bedrijvigheid steeds meer 'footloose' is, moeten we nagaan voor welke internationale activiteiten uitgerekend Nederland als vestigingsplaats comparatieve voordelen biedt. Alleen een algemeen voorwaardenscheppende en thematische beleidsaanpak is onvoldoende in staat deze vestigingscondities te bieden.

Om drie redenen. In de eerste plaats omdat bij het scheppen van algemeen gunstige condities over het hoofd wordt gezien dat specifieke sectoren specifiekere voorwaarden moet worden geboden. In vergelijking met landen die wel specifiekere voorwaardenscheppende keuzes maken, verlies je dan altijd de concurrentiestrijd.

Ten tweede heeft generiek voorwaardenscheppend beleid tot gevolg dat de kennis over het reëel bestaande bedrijfsleven naar de achtergrond is gedrongen. Zo raken politicus en beleidsmaker de grip kwijt op het object van hun beleid: het functioneren van ondernemingen in de barre (economische) werkelijkheid.

Ten derde kleeft er aan het thematische in de beleidsaanpak het nadeel dat beleid verkokerd aankomt bij bedrijven, die juist een integrale benadering nodig hebben. Dan weet de linkerhand niet wat de rechter doet en hoe thematische beleidsveranderingen op elkaar inwerken. In de MSD-case: enerzijds forse investeringen in de R&D van deze sector, anderzijds belemmeringen voor de introductie van nieuwe producten. Daarom ons pleidooi voor een steviger specifiek voorwaardenscheppend beleid om onze economische topgebieden te versterken, in aanvulling op het algemene economische beleid.

Voor iedere economische topactiviteit moet worden geïnventariseerd wat concreet nodig is voor die sector. Niet alleen op het gebied van innovatie, maar ook van personeelsvoorziening, aantrekken van kapitaal, toetreding van buitenlandse markten, logistiek etc. Per topgebied ontstaat zo een integrale 'beleidskaart' vanuit het gezichtsveld van de betreffende sectoren. Het gaat hier nadrukkelijk niet om ongeoorloofde staatssteun aan verliesgevende activiteiten, maar om voorwaardenscheppend beleid.

Het Innovatieplatform heeft innovatieve sleutelgebieden aangewezen waarop dit beleid betrekking moet hebben. Wij voegen eraan toe Nederland als vestigingsplaats voor internationale hoofdkantoren en de logistieke sector, waarmee Nederland zich manifesteert als 'Gateway to Europe'. In al deze gebieden zijn internationaal opererende bedrijven actief met internationale topposities. De samenstelling van deze lijst met economische topgebieden kan wijzigen. Criteria hiervoor zijn de impact op de economie, de mate van internationale oriëntatie en marktpositie, de winstgevendheid en het toekomstperspectief. De overheid moet topgebieden niet 'out of the blue' aanwijzen (geen 'picking the winners'). De voorwaarde voor overheidsaandacht moet zijn de bereidheid van het topgebied zich te committeren aan Nederland als vestigingsplaats en te willen investeren in Nederland. De overheid kiest niet zelf, onderneemt niet, maar biedt voor de keuzes van de topgebieden een excellent klimaat.

Dit nieuwe bedrijfslevenbeleid moet worden vormgegeven door een sterk ministerie van Economische Zaken en over de volle breedte van het kabinetsbeleid worden geïnternaliseerd. Een nieuwe Kennis en InnovatieRaad (KIR) adviseert over de onderzoeks- en innovatieagenda voor alle topgebieden. De KIR adviseert over bundeling van de nu versnipperde onderzoeksmiddelen en de aansluiting daarop van de universitaire onderzoeksagenda. De Dutch Trade Board kan de buitenlandagenda voor de topgebieden uitvoeren. Financiën voert de fiscale beleidsagenda voor de topgebieden uit. Het nieuwe kabinet moet hiermee voortvarend van start gaan onder leiding van de minister van Economische Zaken.

De auteurs zijn voorzitter van respectievelijk VNO-NCW, MKB Nederland en LTO Nederland.


bron:  Financieel Dagblad | Auteur: Albert Jan Maat; Loek Hermans; Bernard Wientjes
Dit bericht is 1536 maal bekeken


Interessante kennis

Merck & Co is de op n na grootste leverancier van medicijnen in wereld. Hun streven is om hun markt uit te breiden naar groeimarkten zoals China, India en Japan. Een uitdaging want de wereldbevolking neemt snel toe!